Brigitte 的个人资料linedancegirl en wicca照片日志列表更多 工具 帮助

日志


6月2日

Windfall

 WINDFALL is een Nederlandse countryband die zijn (haar) sporen na 25 jaar duidelijk heeft verdiend.
De groep is in 1977 ontstaan na het uiteenvallen van de Rock & Roll band The Shaking Spiders uit Oudewater.
Na een paar moeizame startjaren kwam de eerste opsteker na het winnen van het destijds befaamde country-festival in Uden.
Orginaliteit en spontaniteit waren voor de jury mede punten die de doorslag gaven voor de uiteindeljke eerste prijs.
Na talloze optredens in clubs, op festivals, de TROS-radio de KRO-radio en diverse lokale radio-omroepen kwam in 1983 de eerste LP "No Covers" uit.

Vanwege het brede repertoire van moderne countrymusic met af en toe een knipoog naar de 60er jaren is Windfall voor veel countryclubs en country linedancers een graag geziene gast in Nederland zowel als in Belgie.

Dit jaar -2002- bestaat de Nederlandse countryband Windfall 25 jaar.
Al hoewel er in die 25 jaar periodes zijn geweest dat countrymuziek minder in de belangstelling stond en het aantal optredens per jaar beduidend lager lag dan nu; Windfall bleef de countrymuziek steeds trouw.
Door de jaren heen waren er personeelswisselingen in de band, maar het voortbestaan van de band kwam nooit in gevaar.
De laatste 10 jaar is de bezetting slechts één maal gewijzigd en dat is  inmiddels alweer meer dan drie jaar terug.

 

25 jaar lang werd er opgetreden in hallen op pleinen en in zalen voor duizenden toehoorders maar ook  voor 100 onvermoeibare “linedancers”  in een reuze gezellige countryclub. 
Elk optreden heeft zijn charme en is een unieke gebeurtenis.
De laatste 10 jaar werd er veel tijd in studio’s doorgebracht met als resultaat in 1992 de cd  “Chuck Barlinger en Friends live at the Nashville countryclub”.
Windfall begeleidt op deze cd, de helaas onlangs plotseling overleden,  Chuck en diverse andere country artiesten zoals Ruud Hermans en de Canadese zangeres Sammy Rose. 
Uiteraard zijn ook de lead vocalisten van de band, Linda en Rob, te horen. 
In 1994 komt de CD “Out of limits” uit waarop uitsluitend eigen werk te horen is en in 1997 de cd “Indian Warrior” met wederom uitsluitend eigen werk.  
In 2000 werd “Indian Warrior” opnieuw uitgebracht, er zijn nu echter twee extra songs aan toegevoegd, onder andere de bij de ”linedancers” erg populaire song ‘‘Rose of my heart”.
In maart 2001 verscheen  de cd “A Perfect Day’’.

Ook nu in het 26e “levensjaar” wordt er wekelijks met veel enthousiasme gerepeteerd.
Het repertoire moet steeds worden vernieuwd en de kwaliteit van de optredens kan altijd beter, zo menen de bandleden.

 

Op 26 januari werd het 25 jarig jubileum op grootse wijze gevierd.
Diezelfde dag presenteerde de band haar  nieuwe CD, toepasselijk “25 years” genaamd.

De muziek van Windfall is overigens ook op een tiental Country verzamelalbums te vinden.

Windfall is niet alleen in Nederland maar ook buiten de landsgrenzen bekend.
In 1995  stond de groep in de Amerikaanse ”Hit Review Top 40” op een 4e plaats met het nummer “Steppin on a Saturday night”.

De band is ook een graag geziene act op festivals in België en Duitsland.

Ook op TV bij Veronica’s “Western Lifestyle” was Windfall regelmatig te zien. 
Country FM het enige country radiostation dat Nederland rijk is, draait regelmatig songs van de door Windfall uitgebrachte cd’s, evenals de countryprogramma’s op de tientallen lokale omroepen.  

 

Windfall, in de country muziek pers vaak “The number one country dance band” genoemd, voelt zich thuis op elk evenement groot of klein van opzet en is alleen tevreden over een optreden, als de bezoekers, dansers en luisteraars, een fijne avond gehad hebben.

De bandleden spreiden nog steeds bij elk optreden een enorm enthousiasme ten toon, het is dan ook zeker geen statisch geheel op het podium. 
Windfall is niet alleen een band om naar te luisteren maar ook een band om naar te kijken!

De vast aan de band verbonden geluidstechnici zorgen voor een uitstekend zaalgeluid.

Indien de zaal over voldoende (elektrische) faciliteiten beschikt kan er ook voor een professionele verlichting en aankleding van het podium worden gezorgd.

 

De band Windfall is een vereniging.

Dit maakt het boeken van deze Nederlandse top countryband ook financieel uiterst aantrekkelijk. 

 

 

 

Shayenne

Music was my first love............

We kunnen stellen dat "Shayenne" in haar muzikale leven door deze uitspraak is geinspireerd. Ze is een veelzijdige zangeres, met ongekende kwaliteiten. Haar repertoire heeft als basis country, van eigentijds tot evergreens.

Met de nadruk op dansbare nummers.

Door haar jarenlange ervaring op de buhne, mede ondersteund door zang- en danslessen, weet zij het publiek als geen ander te bespelen. Dit heeft zij al meerdere malen laten zien, onder andere op festivals in Opmeer, Volkel(Hemelrijk), Den Bosch(Brabant hallen), Callantsoog, Sevenum en Venlo waar zij tesamen met alle bekende nederlandse country sterren optrad. Ook heeft zij menig gast optreden gedaan met onder andere de band "Runaway Train" de "Eagle Mountain Band" zangers Wim Pols, Frank Jansen, Ad Swart, Dave Sheriff (van o.a. de Red hot salsa en de tango) en J.J.Johns uit Belgie .

Naast de solo CD "Feathers on the wind" die in 2000 is uitgekomen, is er sinds oktober 2001 de CD samen met de Engelse zanger Dave Sheriff. De CD bevat 13 nieuwe duetten en 10 line dansen. De CD staat in diverse hitlijsten in de U.S.A. onder andere in die van Lee Sims en Annelle Travis.

Naast haar solo optredens met geluidsband is Shayenne te boeken voor een akoestisch optreden met een gitarist .

De laatste tijd is Shayenne zich meer gaan toeleggen op het schrijven van eigen nummers. Zij hoopt deze nummers in de toekomst op CD te zetten.

 

U kunt er van verzekerd zijn, dat aan het eind van haar optreden "Shayenne" een onuitwisbare indruk heeft achter gelaten!

Het zal uit bovenstaande al duidelijk zijn dat "Shayenne" niet zomaar een zangeres is. Zij streeft niet alleen in de zang naar perfectie, doch ook in haar uitstraling, gecombineerd met een passende kledinglijn, van subtiel tot glamour, net wat de gelegenheid ambieert.

Met trots vermelden wij tevens dat op haar solo c.d. twee speciaal voor haar geschreven nummers staan. Ook is zij de choreograve van de inmiddels alom bekende kerstdans Christmas is coming. Een dans die is gepubliceerd in het linedancers magazine; verspreid over 35.000 abonees over de hele wereld.

Wilt u een ongekend geslaagd feest ???????
Iets waar men nog lang over napraat ??????

Dan is deze goedlachse, uiterst sympatieke, maar bovenal zeer getalenteerde zangeres, precies wat U nodig heeft !

setstats1

setstats1

5月17日

Heather Myles

Heather Myles staat voor heldere country, stevige rockabilly en vette blues. Naar aanleiding van haar vorige cd 'Highways And Honky Tonks' schreef het toonaangevende Amerikaanse popmagazine Rolling Stone: "In Heather Myles komen Tammy Wynette en Buddy Holly samen".
Haar jongste cd "Sweet Talk & Good Lies" (CRS Rounder, 2002) is opnieuw een bewijs voor haar kwaliteiten als zangeres en songwriter. Als zangeres houdt ze van de echte traditionele hard-country stijl. Als songwriter is ze meescherp en blijft ze zich steeds vernieuwen. Ze zit niet vastgebakken aan country. Ze kan verrassend andere muziekstijlen aanwenden om haar zegje te doen.
Ze rockt als nooit tevoren. Heather Myles brengt al tien jaar een repertoire van pure honky tonk tot ballade. Haar mix van country en rockabilly vormt welhaast het prototype van de Bakersfield-sound. Ze is niet wars van de echte country-twang, maar kan ook soft en genuanceerd zingen. En tear-jerken als 'n Tammy Wynette. Ze begeeft zich hoofdzakelijk in alternatieve country-kringen. Het is dan ook niet vreemd dat recensenten bij elke nieuwe cd verzuchten: "deze vrouw verdient een breder publiek".

Ooit begon ze op de ukelele van haar vader. Met haar bandje The Lonesome Myle Band beklom ze voor het eerst 't podium en wel in Clydes Honky Tonk and Truckers Bar. In februari 2000 stond ze voor het eerst in The Grand Ole Opry. Ze laat zich inspireren door mensen als Merle Haggard, Loretta Lynn, Tammy Wynette, Judy Garland en Doris Day. Haar favoriete song is Sing Me Back Home van Merle Haggard.
Zij zegt over zichzelf: "Ik ben een romantica die moet uitkijken dat ze zich niet willens en wetens in het ongeluk stort, alleen omdat het zulke mooie songs oplevert."

The Deans

Oorspronkelijk opgericht als The Dean Brothers door John en Jim Dean, twee broers, afkomstig uit het Engelse Harrogate.
Al vroeg waren ze geïnteresseerd in de country muziek doordat hun vader veel luisterde naar de muziek van George Jones, Merle Haggard en Hank Williams.
In hun tienerjaren begonnen ze als duo met muziek van de Everly Brothers en veel rock 'n roll. 
Toch bleef de Country muziek zijn aantrekkingskracht behouden mede doordat ze geïnspireerd werden door Dwight Yoakam.
In 1994 besloten ze volledig te richten op de Country muziek. 
In dat eerste jaar wonnen ze reeds diverse Country Music Awards.

Niet lang daarna werden ze gevraagd voor een zevendelige TV serie ‘September Song’ samen met Ross Abbott, Michael Williams en Spice Girl Mel B.

In 2002 houdt Jim –hij was het vele reizen moe- het voor gezien en zijn plaats wordt ingenomen door John Pattifer (ex Cheap Seats).
John Pattifer was geen vreemde voor The Deans, hij werkte al geruime tijd als studiomuzikant mee aan de CD’s, waarop hij de sologitaar voor zijn rekening nam.

Op dit moment hebben ze 32 CD's uitgebracht onder hun eigen platenlabel Deansville en met goed succes.
De 33e komt binnenkort uit een CD waaraan –evenals op al hun andere CS’s- veel bekende muzikanten meewerken. 
Buiten veel eigen werk spelen ze ook heel veel bekende countrynummers, wat vooral ook door de dansers herkenbaar is.
Zowel de danser als de luisteraar komt goed aan z'n trekken.

Hun beroemdste nummer “My Baby Thinks She's a Train" werd in diverse TV programma's gedraaid en op Country Music Television. 
Een ander zelf geschreven nummer van ze "Cryin' in the Rain" bereikte in the Wild Horse Saloon Music Chart in Nashville de 8e plaats en de daarbij behorende video werd goed ontvangen bij CMT. 
Mede hierdoor raakte ook Australië geïnteresseerd in The Deans.

In het BBC programma “Children in Need” speelden ze weer een eigen song "I Forgot to Remember” wat enorm goed aansloeg.
In 1999 werden ze weer voor dat programma gevraagd en er werd een maxisingle uitgebracht "These boots Are Ready To Dance", waarvan de gehele opbrengst voor dat doel was.
Ook werden ze gevraagd om op te treden voor het Official Guinness Book of Records - Worlds Longest Line Dance.
Dit evenement met ruim 5000 aanwezigen werd door de BBC uitgezonden.

In mei 1997 werden de Deans uitgenodigd op te treden met de Bellamy Brothers in de Shepherd's Bush Empire in Londen. 
Tijdens dat evenement verkochten ze meer CD's dan de Bellamy Brothers.

Voor Border TV In Engeland maakten ze een 6 weken durende serie over Line Dancing waarin alle muziek was geschreven en uitgevoerd door henzelf.

Sinds 1997 organiseren ze ieder jaar het 4-daagse ‘A Chance to Dance Festival’, dat in Harrogate plaats vindt en wat massaal bezocht wordt voor vele duizenden mensen. 
Dit festival begint 's middags 12.00 uur tot 's avonds 24.00 uur en duurt vrijdag t/m maandag. 
Het festival heeft de Linedancer-prijs gewonnen ‘Event of the Year’.

 Op dit moment hebben ze vele grote festivals op hun naam staan waaronder een trip naar Nashville.

Ze hebben de Linedancers Prijs voor Beste Band van het Jaar gewonnen en voor de CD ‘Stuck On You’ de prijs Het Beste Album van het jaar.
Ze toeren de hele wereld over en zijn vaak bij vaste evenementen van de partij zoals: Wembley, The G Mex centre, Disney Parijs etc.

Op initiatief van de ‘Dutch Country & Western Dancers’ kwamen zij ook in Nederland terecht -in de Crossroads Counfryclub in Ijmuiden- in combinatie met een workshop van Maggie Gallagher.

 

Savannah

 

DE SOUND VAN SAVANNAH, VEELZIJDIG EN SFEERBEPALEND!

Twee accoorden en de echte kenner spitst meteen zijn oren… Dit is niet zomaar een band! En dat klopt, dit is Savannah, een enthousiaste groep, die al sinds hun start in 1986 aan de Europese top staat. De vijf bandleden voelen elkaar feilloos aan. Dat zie je en dat hoor je, als ze weer eens een publiek platspelen met hun aanstekelijke en doorleefde country-music, Savannah’s specialiteit!
Niet voor niets mag Savannah zich in haar genre “de Meest Populaire Band van de Benelux” noemen! Savannah is een echte publieksband…veelzijdig en sfeerbepalend!!!

Savannah is op zijn best tijdens live optredens. Hun agenda is dan ook uitstekend gevuld met optredens in zowel binnen- als buitenland, in danszalen, bij bedrijfsfeesten, op grotere en kleinere festivals etc.
De band gaf acte de presence op festivals in Frankrijk (Petersbach), Noorwegen (Sandane / Bleim), Nederland, België, Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Italië, Malta en ga zo maar door. Savannah valt ook zeer goed in de smaak bij producenten van radio- en televisieprogramma’s. De band heeft dan ook al een groot aantal optredens voor radio en TV gedaan in Nederland. En… Savannah is zeer populair bij de Country- en Line Dancers in de Benelux.
Savannah heeft een enorm ‘supporterslegioen’. Talloze trouwe fans reizen de band achterna tot over onze landsgrenzen. Gelukkig voor hen en alle andere liefhebbers zijn er ook nog de CD's die Savannah inmiddels met succes heeft geproduceerd:

For You: 1991, Peter Hill Band (niet meer verkrijgbaar).
Lights in the Night: 1993.
Side by Side: 1995.
Alle Dromen: 1995 (cd-single, niet meer verkrijgbaar).
For You: 1997 (her-uitgave, 4 extra songs).
Love, me: 1999.
Love, me (cd-single): 1999.
New Road - Tribute to the sixties: 2001.
The Best of Savannah: 2002 (zes nieuwe songs).
Marcel Smulders Sings The Hits Of Don Williams: 2004 (Solo-album Marcel).

Live at the RaboTheater: 2004 (Live DVD).

Hoogtepunten in de carriere van Savannah zijn de “GRAM Awards” die de band mocht ontvangen tijdens verschillende editities van de “Dutch Country Music Poll Gala Show”, georganiseerd door de Dutch Country Music Association (DCMA), Country Gazette en KRO Radio.
Savannah ontving een “GRAM Award” voor hun derde CD “Side by Side” in 1996 die daarmee tot “Album van het jaar 1995” werd gekozen en ook nog een voor hun vijfde CD "Love, Me", zijnde “Album van het jaar 1999”.
De Gram Award voor “Groep van het jaar” is vijf maal op rij (!!!) aan Savannah toegekend, nl. in 1998, 1999, 2000, 2001 en 2002.
Savannah werd daarme respectievelijk “Groep van het Jaar 1997”, "1998", "1999", "2000" en "2001".
Bassist Joseph van Kollenburg werd in 2000 verkozen tot "Entertainer van het Jaar 1999".
Lead gitarist Johnny Bernhard werd in 2001 en 2002 verkozen tot repectievelijk "Instrumentalist van het jaar 2000" en "2001".
Een flink aantal Gram Awards, dus...

Savannah….Een garantie voor kwaliteit!
Geen wonder, als je het podium gedeeld hebt met artiesten als Johnny Cash, Freddy Fender, Alan Frizell, Buck Owens, the Bellamy Brothers, Wanda Jackson, Ruud Hermans, George Baker, Grant and Forsyth en ga zo maar door.

 

Montana Blaze

MONTANA BLAZE brengt een grote verscheidenheid aan country-muziek. Moderne country-songs, tex-mex, country-rock en ook nummers van eigen hand komen voorbij tijdens hun optredens. Hun speelstijl is vooral beïnvloed door Gary Allen, Tim McGraw, Heather Myles, Highway 101 en The Mavericks.
Deze zeskoppige band probeert elk optreden hun vreugde en gezelligheid over te brengen naar het publiek. Dansers of luisteraars, het maakt niet uit, iedereen heeft het naar z'n zin.

 

MONTANA BLAZE heeft al op diverse festivals gestaan in binnen en buitenland, en
* een gedeelde 2e plaats behaald bij "Battle of the Bands" van Western Experience (Veronica) in 2000
* was genomineerd als "Meestbelovende Band" van Dutch Country Poll 2000
* in oktober 2001 een Award ontvangen voor hun eigen nummer "The Mirror"
* in november 2001 de 2e prijs gewonnen van de Pullman City II Country Trophy 2001 (BRD)
* is in april 2002 uitgeroepen tot "Meestbelovende Band 2001" op het Dutch Country Poll Gala

 

MONTANA BLAZE is:

Karin: zang Danny: zang/slaggitaar Wil: basgitaar Rudi: drums/bijzang Paul: solo-/steelgitaar Ricardo: piano/accordeon/bijzang

 

MONTANA BLAZE CREW bestaat uit vier personen en draagt zorg voor het vervoer van de bandleden in hun eigen touringcar. Ze helpen de band mee met de opbouw- en afbouwwerkzaamheden, geluidsverzorging in de zaal en op het podium, en bediening van de lichtinstallatie.

MONTANA BLAZE CREW is:

Geluid: Jan van de Burgt
Licht: Jacob van Laar
Roadies: Titus Wiltjer, Dave van Nooten


5月16日

Desperado

Desperado bestaat al sedert 1975 en is daarmee één van de oudste bands van ons land. In al die jaren is deze band te allen tijde van hoog niveau geweest.

Vele honderden optredens in binnen en buitenland leidden vrijwel altijd tot uitstekende reacties.

De wortels liggen in de country muziek, maar de laatste jaren ontwikkelde Desperado zich ook in andere richtingen en moeiteloos speelt men top 40 en aanverwante muzieksoorten om op die manier zo 'breed' mogelijk inzetbaar te zijn.

Desperado blijft evenwel de country muziek als basis houden, maar hun commerciële aanpak maakt hen uitermate geschikt voor evenementen van uiteenlopende aard.

Het streven van Desperado is hoogwaardige, professionele muziek brengen voor elk oor, dus ook voor hen die wellicht niet onmiddellijk country minded zijn. Het geluid en licht zijn in deskundige handen van Christ Driessen, een expert op het gebied van country en allround muziek.

Desperado heeft in haar bestaan diverse hoogtepunten meegemaakt:


  • Deelname aan de TROS Euro-Country-Music-Masters, uitgezonden in vele landen van Europa.
  • Troscar Awards in 1986.
  • Voorprogramma van Lynn 'Rose Garden' Anderson.
  • Optredens met Grant & Forsyth, Marco Borsato, Golden Earring, Albert West, ect.ect.ect.
  • Voorprogramma van Anita Perras uit Canada.
  • Deelname aan het fameuze Floralia Festival in Oosterhout voor 15.000 mensen.
  • De CD 'Paint The Town' in 1994.
  • Optreden op de Uitmarkt in Amsterdam voor 30.000 bezoekers.
  • Diverse TV uitzendingen van Veronica's Western Lifestyle.
  • Optredens tijdens de Country Christmas Party's in Leiden en ’s-Hertogenbosch.



In 1999 speelde de groep voor uitverkochte zalen in 'The Country Music Hall Of Fame" waarmee 32 theaters in het gehele land werden aangedaan. Inmiddels zijn in 2000 alweer 42 optredens geweest en ook die serie was enorm succesvol, in 2001 volgt een nieuwe reeks voorstellingen met als thema: Country goes Pop.

Bij de optredens op de Western Experience in ’s-Hertogenbosch en Rijswijk bleek dat de band over uitstekende instrumentalisten beschikt; als begeleidingsband stonden ze op het podium met: Ken Mellons, Larry Dean, Pam MacBeth, Mark Dreyer, John Permenter, Heather Miles, Jony Harms, Liz Meyer, Rob Crosby en G Thomas.

Toen Desperado als voorprogramma bij country legende Kenny Rogers speelde was hij daarvan erg onder de indruk: "A hell of a band" kreeg de band als compliment mee van deze US superster.

Eind januari verscheen hun nieuwste CD "Lonely Room" op MM Records. 13 stukken in totaal van uitzonderlijk hoog niveau. Veel airplay en fraaie recensies en goede verkopen in zowel winkels als tijdens de theater-toernee 'Country Music Hall Of Fame'. De CD viel ook in het buitenland op en resulteerde in boekingen in Noorwegen, Denemarken, Schotland en Frankrijk.


Bobby Bare

Bobby Bare’s verhaal is bijna zo fascinerend als zijn muziek. Bare’s moeder stierf toen hij vijf jaar oud was. zijn vader kon niet genoeg geld verdienen om zijn kinderen eten te geven, en zo werd de familie gedwongen van elkaar te scheiden. Bare werkte al op 15-jarige leeftijd op een boerderij en later in fabrieken. Hij verkocht ook nog ijs om zichzlef te onderhouden. Hij zette zijn eerste gitaar zelf in elkaar en begon in zijn tienerjaren ook muziek te spelen. Hij speelde in een plaatselijke band in Springfield, Ohio.

Laat in de jaren vijftig verhuisde hij naar Los Angeles. Bare’s eerste platenopname stamt uit 1958 toen hij zijn The All American Boy opnam, dat wordt toegeschreven aan Bill Parsons. Een aantal labels weigerden de plaat voordat Fraternity Records uit Ohio de plaat aankochten voor 50 dollar. De plaat werd in 1959 uitgebracht en werd verrassend de twee-na grootste hitsingle in de VS die december en maakte bovendien een sprongetje naar de poplijsten en bereikte daar nummer drie. De single was ook een grote hit in Groot-Brittanië waar het op nummer 22 in de lijsten terecht kwam.

Voordat Bare van zijn succes kon genieten, moest hij het leger in. Terwijl hij zijn dienst uitvoerde, huurde Fraternity Records een andere zanger in om Bill Parsons te worden en stuurde hem op tour. Nadat Bare uit het leger kwam, werd hij huisgenoot van Willie Nelson. Hij besloot dat hij een popzanger wilde worden. Al snel tourde hij met pop- en rocksterren als Roy Orbison en Bobby Darin en nam hij platen op voor een aantal labels uit Californië. Zijn songs werden ondertussen opgenomen door verschillende artiesten en een aantal van zijn liedjes waren te zien in de Chubby Checker-film Teenage Millionaire.

Ondanks zijn bescheiden succes besloot Bare dat de popmuziek hem niet beviel. Hij keerde terug naar de country en ontwikkelde een geheel eigen stijl van country, folk en pop. In 1962 tekende hij bij RCA Records. Tegen het einde van het jaar had hij een hit met Shame on You dat één van de eerste platen uit Nashville was die ook in de pophitlijsten kwam.

Het jaar erop nam hij Detroit City, geschreven door Mel Tillis en Danny Dill op, dat een hit werd in zowel de country- als pophitlijsten. De single 500 Miles from Home was de volgende hit. Bare bleef in de hitlijsten staan in 1964 en 1965, en verscheen bovendien in een western A Distant Trumpet.

Terwijl de jaren zestig voortgleden, bleef Bare de grenzen tussen country en folk vervagen. Hij werd beïnvloed door songwriters als Bob Dylan. Hij werd ook immens populair in Engeland. In 1968 nam hij een album op met een country band uit Liverpool, genaamd de Hillsiders.

In 1970 veranderde hij van label en stapte hij over naar Mercury Records. Hij bleef twee jaar bij dit label en produceerde een rij aan top-10 hits, incl. How I Got to Memphis, Please Don't Tell Me How the Story Ends, en Come Sundown. Nadat hij wegging bij Mercury, nam hij een album op voor United Artists genaamd This is Bare Country dat echter pas in 1976 werd uitgebracht. Het label bracht eerst een collectie uit. Nadat hij weer wegging bij dit label, tekende hij weer bij RCA (1973).

Later in 1973 nam hij een dubbelalbum van Shel Silverstein songs op: Bobby Bare Sings Lullabys, Legends and Lies. Dit album was het begin van zijn samenwerking met Silverstein, maar het was ook het eerste album dat de outlaw beweging van de 70-er jaren in de country startte. De plaat was een hit, zowel bij het country- als het rockpubliek en werd veel gedraaid. Het jaar daarop had hij zijn eerste nummer-1 single met Marie Laveau. Bare nam een tweede plaat op met Silverstein songs Bobby Bare and the Family Singin' in the Kitchen, in 1975. Ongelukkigerwijze stierf zijn oudste dochter kort daarna op 15-jarige leeftijd.
Bobby Bare
In 1977 kreeg hij veel publiciteit via Bill Graham, de legendarische rockconcertpromotor. Graham tekende hem bij zijn management en verklaarde dat Bare de Springsteen van de country-muziek was. Snel vond de zanger nieuw publiek op college-campussen in de VS en in Canada. Hij veranderde datzelfde jaar weer van label en nam het zelf-geproduceerde Bare for Columbia op. Twee jaar later bracht hij Sleeper Whenever I Fall, waaraan werd bijgedragen door Rodney Crowell en rock & roll songs zoals die van de Rolling Stones en de Byrds herarrangeerde. Bare hervatte zijn samenwerking met Silverstein in 1980 en bracht de live collectie Down and Dirty uit, dat twee humoreuze hits bevatte Numbers en Tequila Sheila. Het jaar daar bracht hij As Is uit.

In de jaren 80 begon de platenverkoop ecther af te nemen. Toch blijft hij een devoot publiek houden in de VS en in Groot-Brittanië en zijn invloed op de country-muziek van vandaag de dag is groot.

Website:
Bobby Bare


Chris Ledoux

Singer-songwriter en voormalig rodeo kampioen Chris Ledoux stierf woensdag 9 maart in Casper, Wyoming na een lang gevecht tegen kanker. Hij werd 56 jaar oud.
Ledoux werd eerder die week opgenomen in het Wyoming Medical Center in Casper na complicaties bij de behandeling tegen kanker. Hij woonde met zijn familie op een ranch nabij Kaycee, Wyoming.

LeDoux onderging een levertransplantatie in oktober 2000 nadat er een zeldzame leverziekte bij hem werd geconstateerd. In November 2004, bevestigde LeDoux dat hij kanker had.
Capitol Records president Mike Dungan zegt: In een wereld vol met ego's en zangers die allemaal op elkaar lijken was hij een unieke artiest en een prachtige man."
LeDoux had al 22 albums opgenomen op zijn eigen label voor hij bij Capitol records tekende in 1992. Zijn platencontract had hij eigenlijk te danken aan de steun van een andere artiest van Capitol, zijn grote fan Garth Brooks, die LeDoux onsterfelijk maakte met zijn debuutsingle Much Too Young (To Feel This Damned Old. Door de jaren heen gaf Brooks openlijk toe dat zijn concerten geïnspireerd waren door LeDoux energieke live-shows.

Chris LeDoux werd op 2 oktober 1948 geboren in Biloxi, Miss. en werd opgevoed in Austin, Texas. Zijn vader was piloot in de luchtmacht die in verschillende delen van de VS diende. Zijn grootvader had ooit in de cavalerie gediend en had tegen Pancho Villa gevochten. Hij was het die LeDoux aanspoorde om met paardrijden te beginnen op zijn ranch in Wyoming. LeDoux ging naar school in Cheyenne, Wyoming en terwijl hij nog steeds op school zat, won hij tweemaal de beker van de staat voor het rijden op paarden zonder zadel in de rodeo. In 1967, nadat hij van de middelbare school af was, won hij een beurs aan de hand van zijn rodeokwaliteiten en in zijn derde jaar won hij de landstitel. In 1976 werd hij de wereldkampioen van de Professional Rodeo Cowboy’s Association (PRCA) op ditzelfde onderdeel.

Sinds zijn tienerjaren speelde hij ook al gitaar en harmonica en schreef hij songs. Hij gebruikte zijn muzikale kunsten om van de ene naar de andere rodeo te kunnen reizen. Sinds 1971 nam hij liedjes op over ‘echte cowboys’. Op zijn albums vind je dan ook composities over rodeo leven met oude en nieuwe cowboysongs. Hij beschrijft zijn muziek als een combinatie tussen western soul, salie blues, cowboy folk en rodeo rock ’n roll.

Charlie Daniels, Johnny Gimble en Jane Frickie behoorden bij de muzikanten die op zijn albums verschenen. Garth Brooks eerde hem in zijn hit Much Too Young (To Feel This Damn Old. Hij en Brooks werkten daarna samen bij de top-10 hit Whatcha Gonna Do With a Cowboy in 1992.

In 2003 kwam het album Horsepower uit en verkocht daarvan meer dan 5 miljoen exemplaren.

Ledoux woonde met zijn familie op een ranch in Wyoming en houdt schapen. Hij bleef een populaire entertainer, vooral in het rodeo circuit.


Website:
www.chrisledoux.com


Don Williams

Don Williams werd op 27 mei, 1939 geboren in Floydada, Texas, maar bracht het grootste deel van zijn jeugd door in Corpus Christi, Texas. Zijn vader was een monteur, wiens werk hem vaak weghield van huis, zijn moeder speelde gitaar.

Hij vormde samen met Lofton Kline een semi-professionele folkgroep genaamd Strangers Two, wier naam veranderde in Pozo-Seco Singers toen Susan Taylor erbij kwam. Hun manager was dezelfde manager als die van Bob Dylan en ze hadden een aantal belangrijke hits in de U.S. met Time, I Can Make It With You enLook What You’ve Done. Nadat Kline vertrok was de muzikale richting verdwenen. Williams probeerde de band naar de country-muziek te praten, maar dat lukte niet. In 1971 viel de groep uit elkaar.

Hij werkte daarna voor zijn schoonvader, maar schreef ook voor Susan Taylor’s solo-album via de muziekuitgever Jack Clement. Clement vroeg Williams om enkele van de beste songs van de maatschappij op te nemen om andere performers aan te trekken. In 1973 was Don Williams, Volume 1 een feit. Er staan o.a. memorable songs als Amanda en The Shelter of Your Eye op. Op Volume 2 stonden o.a. Atta Way to Go en We Should Be Together. Williams had toen een nummer 1 hit met Wayland Holyfield;s You’re my best friend. Zijn stijl begon zich te ontwikkelingen, rustige songs met eerlijke arrangementen, teksten en sentiment. Eric Clapton en Pete Townshend hoorden tot zijn fans. Clapton nam o.a. de country hit Tulsa Time op.

Williams speelde een bandlid in de Burt Reynolds film W.W. & the Dixie Dance Kings en verscheen ook in Smokey and the Bandit 2. Andere successen waren Some Broken Hearts Never Mend, Lay Down Beside Me en zijn enige U.S. solopophit I believe in you.

In midden jaren 80 stapte Williams over naar Capitol Records, maar zijn material bij die maatschappij was niet echt indrukwekkend. In 1988 nam hij een jaartje rust om daarna bij RCA weer te laten zien dat er niets bij hem veranderd was. In 1998 nam hij een album op bij Giant Records, maar dit label stopte met de country.

Williams is nog steeds een grote concert-artiest, vooral in de UK en Zuid-Afrika.

Website:
www.don-williams.com


Kevin Fowler

Kevin Fowler maakte naam in Texas door bescheiden honky-tonk country te maken voor gewone mensen. Hij groeide op in Amarillo, en ging op 20-jarige leeftijd naar L.A. waar hij muziek studeerde aan de Guitar Institute of Technology. Snel daarna keer hij echter terug naar Texas, waar hij zich in Austin vestigde.

Hier voegde hij zich bij de hard rock band Dangerous Toys,. Maar na een tijdje kreeg hij heimwee naar wat meer zijn stijl was en ging bij de Southern Rock Band Thunderfoot,. Hij realiseerde zich al snel dat hij zijn West-Texas achtergrond niet van zich af kon schudden en gaf rock op voor country.
Fowler stelde in 1998 een band samen en begon op dinsdagavond in Sixth Street in Austin te spelen. Binnen twee jaar nam hij albums op. Hij had een hit met zijn eigen uitgebrachte Beer, Bait and Ammo, in 2000. Er werden alleen in Texas al 30.000 van verkocht en kreeg indrukwekkend veel airplay, vooral de titelplaat. De song Beer, Bait and Ammo werd bijna het nationale lied van Texas. Marc Chesnutt coverde de song in zijn live show en zette het ook op zijn album Savin’ the Honky Tonks,. Sammy Kershaw nam het ook op. Fowler kwam in 2002 terug met zijn derde album High on the Hog, met gasten als Willie Nelson en David Lee Garza. In het najaar van 2004 kwam Loose, Loud & Crazy, uit op het Equity Records Label, dat mede werd opgericht door Clint Black.

Website:
www.kevinfowler.com


Jimmy Buffet

Jimmy Buffett is al dertig jaar één van de top touring acts van de VS, maar hij had nog nooit een nummer 1-hit of een belangrijke muziekaward gewonnen tot hij samen met Alan Jackson de hit It's Five O'Clock Somewhere deed. De samenwerking werd beloond met de CMA-award Vocal Event of The Year.

Hij werd geboren op 25 december 1946 in Pascagoula, Miss., maar groeide op in Mobile, Alabama. Buffet beschrijft zijn songs als 90 procent autobiografisch.

Zijn vader was een zeilbootarchitect die Buffett vaak op zeilreisjes meenam. Buffett studeerde journalistiek en werkte een tijdje als de correspondent van Nashville voor Billboard Magazine. Zo verkreeg hij de contacten die leidden tot zijn debuut in 1970 voor Barnaby Records, maar het album en de opvolger werden niet goed geproduceerd.

Buffett vestigde zich in Key West, Florida en raakte eerst betrokken bij smokkelen, maar hij beterde zijn leven toen hij 25.000 dollar kreeg geboden om een plaat te maken voor ABC records. Hij ging naar Nashville, nam A White Sport Coat and a Pink Crustacean op voor 10.000 dollar en kocht met de rest een boot.
Op het album stonden verschillende verhalende songs over kleine misdaad (The Great Filling Station Holdup, Peanut Butter Conspiracy) samen met het luie gevoel van He Went to Paris, dat door Waylon Jennings opgenomen werd.
Zijn humoristische Why Don't we Get Drunk and Screw werd geschreven onder het pseudoniem van Marvin Gardens, die af en toe zijn opwachting maakte bij Jimmy's eenmansconcerten.

Buffett's album uit 1974, A1A, werd vernoemd naar de toegangsweg tot het strand in Florida en hij zei erover: Ik had nooit plannen om een hele serie van platen over Key West te maken, maar het werd gewoon een natuurlijk proces.'
Buffet schreef ook de muziek voor een film over veedieven, Rancho DeLuxe, waarvan het script afkomstig was van zijn zwager Tom McGuane. Buffett was de eerste die Carribean ritmes naar Nasvhille bracht.

In 1975 formeerde Buffett de Coral Reefer Band. Hun eerste plaat samen heette Havana Daydreaming. Zijn volgende plaat Changes in Latitudes, Changes in Attitudes, misschien wel zijn beste plaat, had de miljoenenverkopende en top 10 hit Margaritaville erop. Buffett bereikte de top 10 met Son of a Son of a Sailor, waarop o.a. ook stonden Cheeseburger in Paradise (een pop hit) en Livingston Saturday Night.

Hij bleef opnemen, probeerde het wat in de rock-scene, maar daardoor begon aan zijn liedjes wat te ontbreken. De beste songs van twee van zijn albums waren remakes van oudere liedjes, Stars Fell on Alabama en On a Slow Boat to China. Op Hot Water, dat in 1988 werd uitgegeven stonden duetten met o.a. Rita Coolidge, the Neville Brothers, James Taylor en Steve Winwood, maar hij kwam er niet mee terug in de hitlijsten. Op de opvolger Fruitcakes stonden twee van zijn meest humoristische tracks Everybody's Got A Cousin in Miami en Fruitcakes. De lengte van beide liedjes (elk meer dan 7 minuten) gaf aan dat hij radio en tv-potentieel verwierp en alleen voor zijn fans speelde.

Zijn commerciële inzicht verbeterde in het midden van de 90-er jaren met een serie van Top-10 albums in zijn oude stijl. In 1999 lancheerde hij zijn eigen Mailboat label, waarmee hij een lange samenwerking met de belangrijke labels beëindigde. Hij is ook de directeur van Radio Margaritaville, een internet radio station. In zijn songs bleven zijn levensstijl terugkomen in zijn songs.

Op de CMA Awards in 2003 in Nashville opende hij samen met Jackson de show met It's Five O'Clock Somewhere. Later die avond wonnen ze voor datzelfde song een award voor Vocal Event of the Year. Buffett zei: 'Ongeveer 31 jaar geleden kwam ik naar deze stad om mijn muzikale gekte uit te kunnen dragen, en ik heb nooit iets gewonnen en het is geweldig om dat vandaag wel te doen en juist hier.'

In Mei 2004 nam hij License to Chill op, een nieuw album voor RCA. De eerste single, een remake van Hank Williams' Hey Good Looking, met o.a. gaststemmen van Clint Black, Kenny Chesney, Alan Jackson, Toby Keith en George Strait.

Website:
jimmybuffett.com


George Strait

Van alle nieuwe countryzangers die in het begin van de 80-er jaren opkwam, bleef George Strait het dichtst bij de traditionele country met zijn honkytonk- en swing-muziek. Strait hermodelleerde de genres nooit: hij revitaliseerde ze en maakte ze weer populair. Gedurende deze tijd werd hij één van de meest populaire en invloedrijke zangers van die tijd en inspireerde hij een hele golf van neo-traditionalisten als Randy Travis, Dwight Yoakam, Clint Black, Garth Brooks en Alan Jackson.

Strait werd geboren en getogen in Texas. Hij was de zoon van een lagere schoolleraar die tevens een ranch bezat. Toen George klein was, verliet zijn moeder de familie en nam haar dochter mee. Ze liet haar zoon echter bij zijn vader. Gedurende zijn kindertijd zou George de doordeweekse dagen in de stad doorbrengen en de weekeinden op de ranch. Hij begon als een tiener muziek te maken.

Hij ging na de middelbare school naar college, maar maakte dat niet af, omdat hij met zijn liefje van de middelbare school Norma wilde trouwen. In 1971 tekende hij voor het leger. Twee jaar later werd hij in Hawaii gestationeerd. Daar begon hij country te spelen, in het begin met een legerband genaamd Rambling Country, later ook buiten het leger met dezelfde naam, alleen heetten ze buiten de basis Santee.
Hij keerde in 1975 terug naar Texas om zijn opleiding af te maken. Hij ging in San Marcos landbouw studeren en formeerde tijdens zijn studie zijn eigen countryband Ace in the Hole.

De band maakte een paar platen voor een onafhankelijk label uit Dallas, maar het werd nooit echt wat. Rond 1978 probeerde hij het in Nashville, maar hij had niet veel connecties. In 1979 werd hij vrienden met Erv Woolsey, een clubeigenaar uit Texas die ooit bij MCA records had gewerkt. Woolsey liet een paar van zijn vroegere vriendjes naar Texas komen om naar Strait te luisteren. MCA tekende hem in 1980.

Unwound was zijn eerste single (1981) en die schoot meteen door naar de top 10. De opvolger Down en Out bleef op nr. 16 staan, maar de volgende single If You’re Thinking You Want A Stranger bereikte nummer 3 in 1982. Dit was het begin van een hele reeks top 10 hits. Van 1982 tot in de jaren 90 had hij 31 nummer-1 singles, dat begon met Fool Hearted Memory uit 1982. Zijn platen werden bijna allemaal platina en goud.

In het begin van de jaren 90 werd zijn sound wat gladder, maar dat was maar een betrekkelijke verandering. Strait was één van de weinige supersterren uit de jaren 80 die de veranderingen in de 90-er jaren overleefde, die jaren die begonnen met het fenomenale succes van Garth Brooks. In 1992 maakte hij zijn eerste film, Pure Country.
In 1995 kwam een vier cd-box uit genaamd Strait Out of the Box, dat één van de vijf meestverkopende sets werd uit de geschiedenis van de populaire muziek.
Blue Clear Sky, zijn album uit 1996, debuteerde op nummer 1 in de country-hitlijsten en op nummer 7 van de pop-hitlijsten.
Zijn laatste plaat Honkytonkville is weer helemaal de Strait van vroeger.

Website:
www.georgestrait.com

Lee Ann Womack

Lee Ann Womack werd geboren op 19 augustus 1966 in Jacksonville, Texas. Haar vader was parttime disc jockey, die haar vaak naar de studio meenam en haar de platen uit liet kiezen. Tussen haar favorieten bevonden zich Bob Wills, Ray Price en Glen Campbell.

Thuis lag ze voor de stereo-speakers naar de Grand Ole Opry te luisteren. Ze smeekte haar vader om een bezoekje aan Nashville in plaats van op schoolreisje te gaan.

Ze studeerde muziek aan de South Plains Junior College in Levelland, Texas, één van de eerste schools die een graad aanboden in bluegrass en country-muziek. Ze werd snel een lid van de schoolband Country Caravan en tourde met hen door het zuidwesten en zuid-Californië. Daarna schreef ze zich in aan de Belmont University in Nashville en zo kon ze stagelopen bij MCA Records. In 1990 verhuisde ze permanent naar Nashville.

Gedurende haar verblijf aan Belmont trouwde Womack met songwriter Jason Sellers (maar scheidde later weer van hem), ze werd moeder en bleef enkele jaren thuis. Daarna tourde ze door de stad en zong ze demos voor songwriters. Ze concentreerde zich tevens op haar eigen songwriting en tekende een contract bij Tree Publishing in 1995. Een jaar later tekende ze bij Decca Records, het legendarische label van Ernest Tubb, Patsy Cline, Webb Pierce, Loretta Lynn en vele andere van haar helden.

In 1997 kwam haar eerste single Never Again Again uit en ze verbaasde radiomensen met de traditionele country-sound.

Womack kreeg een tweede dochter en trouwde in 1999 met haar producer Frank Lidell. Beide dochters verschenen in haar video I hope you Dance, haar grootste hit tot vandaag de dag. De single stond vijf weken op één en kruiste over naar de poplijsten en werd bovendien CMA’s song van het jaar. Het album verkocht ongeveer 3 miljoen exemplaren.

De opvolger Something Worth Leaving Behind werd dat ook. Het album verkocht slecht en er stonden geen belangrijke hits op. Het was een mislukte poging om ook bij het poppubliek goed te vallen. Ze zwierf verder van de traditionele country met het door Big Band geïnspireerde kerstalbum A Season for Romance. Ondanks dat won ze een Grammy met Mendocino County Line o.a. door de samenwerking met Willie Nelson in 2002.

Op 8 februari komt haar haar nieuwe album There’s more where that came from uit.

Website:
www.leeannwomack.com

Dwight Yoakam

Dwight Yoakam werd geboren in Pikeville, Ky. op 23 oktober, 1956, maar hij bracht een groot deel van zijn jeugd door in Ohio. Hij werd geïnspireerd door de Beatles en de Byrds, als ook de honky-tonkmuziek van het gebied waar hij woonde. Hij verhuisde in 1978 naar LA na verscheidene jaren afgewezen te zijn in Nashville. Hij realiseerde zich dat hij een alternatieve weg kon vinden om zijn muziek aan de man te brengen en hij bracht het naar een publiek dat er niet aan gewend was: de gewortelde rockfans van LA, die al lokale bands als Los Lobos, de Blasters en Lone Justice hadden omarmd.

Yoakam werkte samen met producer Pete Anderson voor zijn album uit 1984
Guitars, Cadillacs etc.. Enkele jaren later zocht Nashville naarstig naar alternatieve artiesten (zoals Steve Earle, Nanci Griffith en Lyle Lovett), en Reprise Records gaf een tweede versie van het album uit met vier nummers toegevoegd. Door de jaren heen had Dwight negen top 10 hits, waaronder de nummer 1 hit Streets of Bakersfield een duet met California country-pionier Buck Owens.

In 1993, met zijn twang nog steeds in zijn stem, leverde Yoakam een commercieel succes af met zijn album This Time. Drie van de singles kwamen tot nummer 2 en Ain't that lonely yet won een Grammy. Yoakam moet overigens nog steeds een CMA award winnen.
De volgende albums hadden geen top 10 hits, maar hij maakte zijn contract vol met een hits album, een live album, een covers album, een soundtrack, een acoustisch album en een kerstalbum, als ook drie studio albums in 1995, 1998 en 2001. In 2002 volgde een indrukwekkende box-set en in 2003 bracht hij Population Me uit op een onafhankelijk label.

Als je zijn innovatieve videos ziet is het niet verrassend dat Yoakam ook werk gevonden heeft in Hollywood. In 1996 verdiende hij goede kritieken met zijn rol als de bad guy in Sling Blade en sinsdien is hij voortdurend op het witte doek te zien.

Website:
www.dwightyoakam.com

Travis Tritt

Als ze het hebben over muziek dat in je bloed gaat zitten, dan weet ik precies waar ze het over hebben,’ zegt Travis Tritt. ‘Want ik ben op de wereld gezet om muziek te maken.’ Het is duidelijk uit Tritt’s nieuwe cd dat zijn passie voor muziek sterk genoeg is om zijn carrière nog een tiental jaren voort te zetten. Tritt maakt het de laatste tijd, en zijn album Strong Enough werd overal verwelkomd. Het heeft ook wel twee jaar geduurd voor de plaat er kwam. Maar blijkbaar heeft hij zijn tijd nuttig besteed.

Travis Tritt was één van de nieuwere countryzangers in de vroege jaren 90 die opkon tegen sterren als Garth Brooks, Clint Black en Alan Jackson. Hij was de enige die geen hoed droeg en de enige die zijn inspiratie uit de blues-achtige Southern Rock haalde. Bovendien ontwikkelde hij een soort van outlaw-image die hem van de rest onderscheidde. Door de jaren 90 had hij een hele rij platina albums en top-10 singles, inclusief 3 nummer 1 hits.
Hij werd geboren in Marietta, Georgia, en groeide op met een liefde voor muziek. Hij kwam als kind al in aanraking met country-muziek, maar zong bijvoorbeeld ook gospel in het kerkkoor. Hij leerde zichzelf op 8-jarige leeftijd gitaar spelen en speelde als tiener in bluegrass, rock- en countrybands, waar hij soms ook al songs voor schreef.

Travis was vastbesloten om een carriere in muziek op te bouwen, maar zijn ouders moedigden hem daarin niet veel aan. Zijn moeder vond het niet erg dat hij optrad, maar zij wilde dat hij gospel zou zingen, zijn vader was bang dat hij het niet zou redden en dat er geen geld te halen was in de muziek. Toen hij 18 was probeerde hij zich te settelen, een gewone baan te zoeken en een gezin op te bouwen, maar hij was daarin niet erg succesvol – hij was 2x getrouwd en gescheiden voor hij 22 was. Hij bleef muziek spelen terwijl hij verschillende baantjes had. De directeur van een bedrijf waar hij voor werkte, moedigde hem aan om zijn dromen te volgen. Vervolgens nam Tritt ontslag en ging fulltime de muziek in.

Hij worstelde zich door de 80-er jaren voor hij een platendeal kreeg bij Warner Brothers en met deze deal scoorde hij ook zijn eerste top-10 single 'Country Club' uit 1989. Tegen de tijd dat hij de Horizon Award won in 1991 stond hij bekend als een vurig entertainer met een talent voor het schrijven van explosieve songs met een southern-rock tintje.

Ondanks zijn succes aarzelde Nashville toch om Tritt te omarmen. Hij was teveel rock & roll en zijn image kwam niet overeen met de legioenen die in Nashville rondliepen. Toch had hij weer veel succes met zijn tweede album in 1991 It’s All About to Change. Zijn derde album T-r-o-u-b-le, werd in 1992 uitgebracht. Het had niet zoveel succes als zijn tweede plaat, maar Can I Trust You With My Heart werd wel nummer 1. Tritt kwam in 1994 met Ten Feet Tall & Bulletproof die platina werd en de nummer 1 hit Foolish Pride bevatte. Hij kwam zelfs op nummer 20 van de poplijsten. In 1995 kwam het album Greatest Hits uit. Deze werd ook platina. Restless Kind volgde in 1996, en twee jaar later No More Looking Over My Shoudler, Down The Road I go werd in de lente van 2000 uitgebracht.

Door de jaren heen verkocht Travis 10 miljoen albums en werd hij een reguliere hitmaker, die regelmatig langs de weg zat en zelfs af en toe acteerde, zowel op TV als in films. Maar het was nooit makkelijk voor hem. Hij trouwde in 1997 met Theresa, maar de relatie met zijn platenmaatschappij verslechterde. Het resultaat was een tweejarig hiaat in albums en een nieuw contract met Columbia, een soort van comeback.

Website:
www.travistritt.com


Willie Nelson

In een industrie gebouwd op veranderingen in culturele mode is Willie Nelson juist heel erg hetzelfde gebleven van het moment dat hij opkwam ergens midden in de 70-er jaren. Hij heeft nog steeds de pezig, geknepen stem, hetzelfde uiterlijk en draagt dezelfde kleren. De mijlpalen langs zijn weg vertellen een hoop. Hij haalde in 1962 voor het eerst de hitlijsten met Willingly, maar zijn eerste hit kwam in 1975 met Blue Eyes Crying In the Rain. Hij scoorde 19 volgende nummer-één-hits over de volgende 14 jaar en stond een tijdje geleden weer trots aan de top met het duet met Toby Keith: Beer for my horses.

Willie Hugh Nelsown werd op 30 april 1933 geboren in het kleine boerendorp Abbott, Texas. Nadat zijn ouders uit elkaar gingen, werd hij samen met zijn zus Bobbie (die nog steeds piano bij hem in de band speelt) opgevoed door zijn grootouders. Hij ontwikkelde al vroeg een interesse in muziek, zong al in de kerk toen hij 4 was en schreef zijn eerste lied toen hij 7 was. Toen hij 9 was, speelde hij in zijn eerste bandje.

Na de middelbare school diende Nelson kort in de luchtmacht en was daarna enige tijd student op Baylor Universiteit. In het midden van de jaren 50 werkte hij als DJ in Texas en Washington, speelde hij in honky-tonks en verfijnde hij zijn kunst om liedjes te schrijven. In 1960 verhuisde hij naar Nashville en werd hij songwriter voor Pamper Music. In 1962 ging hij voor Liberty Records werken. Dit was zijn eerste grote platendeal. Het duurde niet lang voor countrysterren zijn talent doorhadden. In 1961 scoorde Faron Young een hit met Nelson's Four Walls. Later dat jaar had Patsy Cline een grote hit met Crazy en Billy Walker deed het ook goed met Funny How Time Slips Away. In 1963 had Ray Price een no. 28 hit met het stadse, jazzy Night Life.

Nelson's tweede single voor Libert Touch Me in 1962 bracht hem naar nummer 7 en dat zou zijn hoogste notering zijn voor de volgende 13 jaar. Hij nam platen op voor RCA van 1965 tot 1972 en verhuisde toen naar Atlantic Records. Ontevreden met zijn carrière als opnemende artiest, keerde hij terug naar Texas, waar hij het middelpunt werd van de opkomende progressieve country-scene van Austin. Gedurende de jaren 70 veranderde hij van pakken en kort haar naar jeans, lang haar en de altijd aanwezige bandana. Hij trad op in de eerste van een serie van buitenmuziekfestivals - de beroemde Fourth of July picnics in Dripping Springs Texas - in 1973. Deze concerten trokken meer dan duizend fans die meer op rock georienteerd waren dan country, maar hij won ze allemaal aan zijn kant.

In 1975 begon Nelson een vruchtbare samenwerking met Columbia Records die tot in de 90-er jaren zou duren. Een onderdeel van de deal die hij met Columbia maakte, was dat hij zelf kon beslissen wat en hoe hij zou openmen. Zijn eerste album voor Columbia was dan ook het eenvoudige Red Headed Stranger. Hoewel sommigen bij het label dachten dat het klonk als een collectie van demo's, bewees het zichzelf toen één van de songs Blue Eyes Crying in the Rain nummer 1 werd. Met zijn outsider mentaliteit maakte hij naam, o.a. ook door de uitgave van Wanted: The Outlaws, een compilatie van songs van Nelson, Waylong Jennings, Jessi Colter en Tompall Glaser. Vanaf die tijd maakte Nelson deel uit van de Outlaw Movement. Eigenlijk betekende dat min of meer dat ze zelf de controle hadden over hun eigen platen, iets dat al lang bekend was bij rock-artiesten.

Vanaf 1975 rees Nelson's ster. Hij was het onderwerp van honderden artikels, niet alleen in fanclubbladen, maar ook in de gewone pers. Hij verscheen bij het hippe Saturday Night Live en begon in films te acteren. Zijn album Stardust (1978) stond tien jaar lang in de hitlijsten. In 1982 won zijn album Always On My Mind de CMA-award Album of the Year, en de titelsong won Single of the Year. Gedurende deze periode won hij ook vijf Grammy's voor zijn best bekende werk, incl. Always on my Mind, On the Road Again, Georgia on My Mind, Mamma's don't let your babies Grow up to be Cowboys (met Jennings) en Blue Eyes Crying in the Rain.

Nelson is overspoeld met eer, onder dit de toelating tot de Nashville Songwriters's Hall of Fame (1973) , de Country Music Hall of Fame (1993) en de Songwriters Hall of Fame (2001). Naast de zes Grammys die hij heeft gewonnen voor bepaalde opnames heeft hij de Living Legend Award (1990) gewonnen en de Lifetime Achievement Award (2000) gewonnen. Nelson is genomineerd voor meer dan 43 Country Music Association Awards en heeft er 9 van gewonnen, inclusief Entertainer of the Year (1979) en de Vocal Event of the Year Trofee (2002) voor zijn duet met Lee Ann Womack (Mendocino County Line). Die samenwerking bracht hem een Grammy, 20 jaar na zijn eerste Grammy.

Hij dankt zijn populariteit als duetpartner aan het feit dat zijn eerste verschijning in de hitlijsten als duet was (met Shirley Collie, toen zijn vrouw) was. Sinds die tij heeft hij albums en/of singles opgenomen met Tracy Nelson, Jennings, Price, Ray Charles, Leon Russell, Webb Pierce, Darrell McCall, actrice Mary Kay Place, Hank Cochran, Danny Davis & the Nashville Brass, bandlid Jody Payne, Johnny Bush, Roger Miller, Dolly Parton, Merle Haggard, Brenda Lee, Julio Iglesias, Kris Kristofferson, David Allan Coe, Young, Porter Wagoner, Curtis Potter, Norah Jones, Sheryl Crow, Sinead O’Connor, Neil Young en de al eerder genoemde Womack en Keith.
Een bron telde zijn totale aantal duets op ongeveer 80. In 1985 had hij samen met Jennings, Kristofferson en Johnny Cash een nummer 1 hit met Highwaymen.

In 1979 deed hij voor het eerst zijn intree in films met o.a. The Electric Horseman, waarin hij een aantal grappige scenes speelde met Robert Redford. Deze film werd gevolgd door Honeysuckle Rose (1980), waarin hij de ster was en waarin hij de song introduceerde die zijn thema zou worden On the Road Again.
Volgende films waren o.a.: Thief (1981), Barbarosa (1982), The Songwriter (1984), Where the Hell’s That Gold?!!? (1985), The Last Days of Frank & Jesse James (1986), Red Headed Stranger (1987), Once Upon a Texas Train (1988), Dust to Dust (1994), Gone Fishin’ (1997), Wag the Dog (1997), Outlaw Justice (1999), The Journeyman (2001) en The Big Bounce (2004).

In 1990 kwam de belastingdienst met een rekening voor Nelson voor meer dan 16 miljoen dollar. Ze namen het meeste van zijn bezit in de slag om aan het geld te komen. Nelson kwam met een publiciteitsstunt, toen hij een album uitbracht, die het geld moest opbrengen voor de belasting: The IRS Tapes: Who’ll Buy My Memories.

Als een politiek activist was hij medestichter van het Farm Aid muziekfestival in 1985 met artiesten als Young en John Mellencamp. Het doel was om mensen bewust te maken en geld in te zamelen voor de de boeren van Amerika. Nelson is nog steeds headliner in dit jaarlijks terugkerende festival, behalve in 1988, toen het niet werd gehouden. In 2004 verscheen hij ook op inzamelingsfeestjes voor de democratische presidentskandidaat Dennis Kucinich.

Naast de songs die al genoemd zijn schreef Nelson hits als Angel Flying Too Close to the ground, Good Hearted Woman (met Jennings), I'm a Memory, Three Days (met Young), Me and Paul, Bloody mary Morning, Pretend I Never Happened, Why Do I have to Choose, Yesterday's Wine en Touch Me.

Toby Keith

Toby Keith werd geboren als Toby Keith Covel op 8 juli 1961 in Clinton, Oklahoma. Hij verhuisde naar Oklahoma City toen hij jong was en daar kwam hij in aanraking met muziek in de supper club van zijn grootmoeder. Hij kreeg zijn eerste gitaar op 8-jarige leeftijd, maar het zou nog jaren duren voor hij ook een carrière in de muziek opzocht. Hij werkte in de olie-industrie en speelde in de Oklahoma City Drillers United States Football League team.
In 1984 stapte hij over naar de muziek met zijn band Easy Money. Hij tourde het honkytonk circuit in Oklahoma en Texas. Er circuleerde een demotape in Nashville, maar er waren geen afnemers. Op een dag zag de directeur van Mercury Records echter zijn show en zo kreeg hij een contract. Zijn debuutsingle Should’ve Been a Cowboy stoomde door naar nummer 1, zijn debuutalbum werd platina.
Toen Directeur Shedd wegging bij Mercury om naar Polydor Records te gaan, ging Keith met hem mee. In 1994 kwam zijn tweede album Boomtown uit. Ook dit was weer een succes. De volgende plaat Blue Moon in 1996 werd weer platina. Toen Polydor in Nashville dichtging, keerde Keith terug naar Mercury en in 1997 kwam Dream Walkin’ uit. Hierop stond een onwaarschijnlijk duet met rocker Sting ‘I’m so happy, I can’t stop crying’. Het duet leverde een Grammy-nominatie op. In 1998 volgde een Greatest Hits album.
Keith stapte over naar het DreamWorks label in 1999. Daar werkte hij met producer James Stroud op het album ‘How do you like me now’. Het werd een dubbel platinum album en leverde hem ook een paar lang verwachte nominaties op. In 2001 won hij zijn eerste CMA-award, voor male vocalist. Hij werd ook genomineerd voor zes Academy of Country Music Awards, maar hij won er geen.
Pull My Chain uit 2001 produceerde drie nummer 1 hits, I’m just talkin’ about tonight, I wanna talk about me en My List. Op 24 maart 2001 stierf zijn vader in een verkeersongeluk. Keith schreef het lied ‘Courtesy of the Red, White and Blue’, een ode aan zijn vader’s patriotisme. De song werd nummer 1. Keith werd uitgenodigd om de song te komen zingen in een special met als gastheer Peter Jennings, maar werd weer afgezegd omdat Jennings zei dat de song niet in de show paste. Kort daarop vertelde de zangeres van de Dixie Chicks, Nathalie Maines dat ze de song ‘onnozel’ vond en dat iedereen ‘boot in your ass’ kon schrijven. Er volgde een rel en Keith vond zichzelf in verschillende nieuwsprogrammas, die hem bij een ander publiek introduceerde.
Het album uit 2002 Unleashed verkocht 3 miljoen platen, door het leuke ‘Who’s Your Daddy’ en het duet met Willie Nelson ‘Beer for My Horses’ en heel veel touren.
In 2003 kwam Shock’n Y’all uit en deze kwam op nummer 1 binnen.

Alan Jackson

Alan Jackson nieuwste album heet Greatest Hits Volume II. Er staan 18 songs op die al eerder op albums als Everything I Love, High Mileage, Under the Influence, When Somebody Loves You en Drive stonden. Toegevoegd aan grote hits als Little Bitty, I’ll Go On Loving You, Right On The Money, The Blues Man, Where I Come From en Where Were You When the World Stopped Turning selecteerde Alan 8 stukken die aan de verschijning van het Greatest Hits Album werden gekoppeld. Op deze bonus disc staan songs die zijn hele carriere omvatten, zoals When Love Comes Around, Hole In The Wall, Tropical Depression en The Sounds.
Natuurlijk staan er ook twee nieuwe nummers op, Remember When en It’s 5 O’Clock Somewhere. De eerste is een ballade waarin Alan zijn visie geeft op het huwelijk. De laatste is een duet met Jimmy Buffet, een goed voorbeeld van Alan’s luchtige kant.

Alan Jackson heeft door de jaren heen 40 miljoen platen verkocht, 30 nummer één singles gehad – waarvan hij er 22 zelf schreef of mede-schreef – en heeft meer dan 80 awards uit de muziek- industrie mogen ontvangen.
Hij is er zelf een beetje verlegen onder. Hij kan het niet helemaal bevatten dat hij door eenvoudigweg ‘zichzelf’ zijn, zoveel harten kan raken. Alan’s kracht om songs te schrijven van materiaal dat zo dicht bij de mensen ligt, is tevens het geheim van zijn succes.

Alan werd geboren en getogen in Newnan, Georgia. Zijn nu overleden vader was een mechanicus, die Alan zijn passie voor auto’s doorgaf. Zijn moeder hield het huishouden van zeven bij elkaar. Op de middelbare school werd hij verliefd en 24 jaar later heeft hij aan deze romance drie dochters en een sterk huwelijk overgehouden. Alan Jackson’s weg naar het succes werd bezaaid met baantjes in garages, autobedrijven etc. Zelf zegt hij dat dit hem gevormd heeft en dat zijn verleden hem eenvoudig en nuchter heeft gehouden.


 

Tracy Byrd

We kennen Tracy byrd van songs als Holdin’ Heaven, Watermelon Crawl and I’m From the Country, songs die het allen goed hebben gedaan, en nu ook van The Truth About Men.
Het is de titelsong van zijn derde album bij RCA (zijn 9e overall) en het is nu al een hit.
Hij zingt het samen met Andy Griggs, Blake Shelton en het duo Montgomery Gentry. Maar er staan meer ‘fun’ songs op de cd. Drinking Bone, How’d I wind up in Jamaica en een live versie van Ten Rounds of Jose Cuervo. Het was zijn succes met de laatste songs die hem ertoe aanzette meer van dat soort liedjes op te nemen. De fans bleken er om te schreeuwen. Dat betekent niet dat hij ballads voortaan achterwege laat, maar deze cd moest gewoon fun zijn.

Tracy woont al 16 jaar vlakbij Beaumont, Texas, met zijn vrouw Michelle en kinderen Eyee, Logan en Jared. Jaarlijks houdt hij het Tracy Byrd Homecoming Weekend in het stadje in het laatste weekend van maart. Er zijn dan een vistoernooi, een concert, een golftoernooi om geld op te halen voor het Children’s Miracle Network.
Daarbij is hij ook de gastheer van de een country TV Show. ‘Ik vind het geweldig om muziek te maken en de show te doen,’ zegt hij. ‘Het voelt niet als een baan. Ik vind het geweldig om de studio in te gaan en platen te maken en het toneel op te gaan.